Verwijzingen

Verwijzingen tijdens triage

Zodra een patiënt contact opneemt met de meldkamer ambulancezorg (MKA), huisartsenpost (HAP) of spoedeisende hulp (SEH), volgt een proces om de hulpvraag duidelijk te krijgen en om de urgentiegraad van de hulpvraag vast te stellen. Het doel van de triage is om het juiste type zorg, op het juiste moment, op de juiste plaats te kunnen bepalen. Om dit doel te bereiken moet het mogelijk zijn voor een triagist om de patiënt door te verwijzen naar een andere zorgaanbieder binnen de acute zorgketen. De triage is vaak telefonisch, behalve wanneer patiënten zichzelf melden op de HAP of SEH zonder vooraankondiging.

Verwijzingen na triage

Ook na een eerste onderzoek of behandeling kan een verwijzing naar een andere zorgaanbieder binnen de acute zorgketen nodig zijn voor verder onderzoek of behandeling. Verwijzingen van acute patiënten moeten dus mogelijk zijn tussen de acute zorgaanbieders: huisartsenzorg, ambulancezorg en tweedelijns spoedzorg, zowel na alleen triage als na onderzoek en behandeling. Dat kan dus zijn na onderzoek door de huisarts bij de patiënt thuis of op het spreekuur, na vervoer door de ambulance of na onderzoek op de SEH.

Type verwijzingen

Er zijn in totaal zes verwijsberichten in de informatiestandaard Acute Zorg:

Nummer

Verwijsbericht

15

HAP-waarnemend huisarts verwijst naar de SEH

16

HAP-triagist verwijst naar de SEH

17

SEH-triagist verwijst naar de HAP

18

SEH-triagist verwijst naar de huisarts

19

MKA-triagist verwijst naar de huisarts

20

MKA-triagist verwijst na triage naar de HAP


Maak hieronder een keuze welk verwijsbericht wordt geïmplementeerd: